Pascal Mercier – Nachttrein naar Lissabon

NachttreinnaarlissabonpascalmercierGenot genoten. Stijlvol, romantisch, onverwacht, sfeerrijk, ontdekkingstocht. Ontdekkingstocht in meerdere opzichten. Een leraar klassieke talen in Bern ontmoet een vrouw op weg naar de school waar hij al sinds jaar en dag lesgeeft. Een Portugese. Die ontmoeting zet zijn leven op zijn kop. De chaostheorie in de praktijk.

De ontmoeting met deze vrouw, die verder geheel onschuldig verloopt, wakkert een vlam in Mundus (de leraar) aan die steeds feller gaat branden. Hij gaat naar een Spaanse boekhandel op zoek naar een boek in het Portugees. Hij vind er een boekje van Amadeu Inácio de Almeida. Taalgevoelig als hij is leert hij het Portugees al doende te lezen. Oefenen en geïntrigeerd raken.  Om de persoon achter het boekje te leren kennen reist hij af,  hij de stabiliteit en betrouwbaarheid zelve, naar Lissabon, alles achterlatend wat hem in Bern bond.

Ik ga verder niets vertellen over wat hem in Lissabon allemaal overkomt, maar het leven van deze man dat behoorlijk beperkt was, maar tegelijk ook rijk, veranderd volkomen. Hij doet dingen die hij zichzelf niet had toegedicht, schaft zelfs een nieuwe, moderne bril aan! Hij ontdekt het grote en kleine leven van de auteur van het boekje. En passant lezen we ook dat boek in dit boek. En nog een hoeveelheid brieven die hij op zijn zoektocht tegenkomt.

Het is een hele spannende ontdekkingstocht. Niet zozeer omdat er allemaal spannende en enerverende dingen gebeuren, maar omdat hij hele andere kanten van zichzelf ontdekt, zich toestaat om die te ontdekken. Er naar verlangt om die te ontdekken. Niet uit een soort van defaitisme of rusteloosheid, maar eerder omdat het gewoon tijd daarvoor is. Het is een soort andere Mundus die hij loslaat in de wereld. Een Mundus die hij altijd in zich heeft gehad, maar gecontroleerd heeft, onder de duim hield.

Voor mij opnieuw een kennismaking met een geschiedenis die ik van de zijlijn heb gevolgd: het kolonelsregime in Portugal met alle uitwassen van dien. Hoe barmhartigheid wordt gestraft, vriendschap verwaterd door liefde voor dezelfde vrouw, hoe meedogenloos ook die liefde kan zijn.

Het boek begint o.a. met aan citaat van Fernando Pessoa: "Ieder van ons is verschillende, is vele, is een overmaat aan zelven".

Dit boek prikkelt je om meer van die "zelven" uit te proberen, je andere "zelven" te ontdekken.
Prachtig geschreven, verveelt geen seconde. Rijkdom aan ervaringen en ontmoetingen naar aanleiding van een vrouw in de regen.
Wat kan het leven toch enerverend zijn, als we er aan toe willen geven. Zonder de banaliteit van de sensatie, maar met de integriteit van de ontmoeting.
Absoluut lezenswaardig. Helemaal goed.

april 24, 2008
By on 21:50
Tomas Lieske – Dünya

LieskedunyaWat vertellen de "recensies" op de achterkant van eenboek? In dit geval niet genoeg. "Lef en vakmanschap" staat er onder andere.
Ik vond het allemaal matig. Het verhaal was heel vreemd, ongeloofwaardig eigenlijk. Maar zo vertelt dat ik het zou moeten geloven. Alsof het waar zou kunnen zijn.

Ik geloofde het niet, dat mag duidelijk zijn. Ver gezocht, te makkelijk, losse eindjes, weinig doordacht. Ik weet het, het zijn nogal negatieve kwalificaties en het simpele feit dat ik het uitgelezen heb, betekent wel iets. Voor mij dan :-)

Twee Hollandse jongens raken op drift. Anders kan ik het niet noemen. Ik vind dat begin echt heel erg mager… je leert deze mannen niet goed kennen en dat blijft zo gedurende het hele boek. Hun avonturen in de stookkamers van de schepen van de Engelse marine, aardig beschreven, maar in sneltreinvaart. Hun aankomst in Turkije: het blijft een beetje in het midden hangen. Een grote boem en ze zijn in Turkije. Hans Klok kan er nog wat van opsteken!

Daar komen ze aan een baby op een manier die veel vragen onbeantwoord laat. Is het altruïsme? Dat blijkt niet uit de rest van het verhaal. Een merkwaardig soort eigenbelang speelt daar een rol. Het opknippen van het verhaal door het heen en weer springen in de tijd vond ik storend en niets toevoegen aan de spanning.

Het verhaal over de geheime bouw van een luchtschip door Turkije in het verlichte tijdperk van Atatürk, dat vond ik dan weer wel interessant. Dat heeft me aan de gang gehouden in dit boek. De afloop was niet spectaculair, maar zat wel goed in elkaar.

De ontheemding in een land, waar je zelfs de afloop van de Eerste Wereldoorlog niet kent, dat was ook een aspect wat ik geloofwaardig vond. Maar dat gedoe met die twee mannen die eigenlijk niets met elkaar hadden, was dat nou het enige vehikel om dat verhaal omheen te vertellen?

Ondanks alle lovende kritieken en prijsbeloftes kon me dit boek maar matig bekoren.

april 12, 2008
By on 09:46
Vriendschap – de eerste vakantie (1977)

1977. De eerste keer dat we met ons vijven op vakantie gingen. Op de fiets naar Zeeland. Renesse-Haamstede was ons doel. Voor dag en dauw stapten we op de fiets en reden de eerste meters door Tilburg, richting Breda. Op het Piusplein kwamen we de vader van één van onze teamgenoten tegen, Pa Touwslager, die ons bemoedigend toesprak en ons betitelde als "naachteulen". Een woord dat sindsdien niet meer uit ons vacabulaire is gegaan.

De fietstocht verliep verder voorspoedig. In mijn herinnering was het een mooie dag, zonnig, droog en nagenoeg windloos. Voor een fietstocht richting westen een bijzondere omstandigheid in dit land. We kwamen op de camping aan, zochten een plekkie en moesten wachten op de vader van Joost die met de tent en andere spullen tegen het eind van de middag zou komen. we hadden natuurlijk alleen het hoogst noodzakelijke bij ons op de fiets! We gingen het dorp in en kwamen aan het eind van demiddag terug om te constateren dat onze plek was ingenomen door iemand anders. Jammer maar helaas!

april 1, 2008
By on 20:50
Vriendschap – hoe begint dat?

Groep1988_2Het weekend van 7 tot en met 9 september 2007 was het weer zover. Het (bijna) jaarlijkse uitstapje met mijn vrienden van alweer heel lang geleden.

Elk van die weekenden komt opnieuw de geschiedenis van deze weekenden ter sprake. Wanneer zijn we ermee begonnen? Wat deden we dan daarvoor? Waar zijn we allemaal al geweest en in welk jaar. Gelukkig hebben we een databijter in ons midden die meestal feilloos kan vertellen in welke jaren we waar zijn geweest. Om die discussie voor eens en voor altijd te beëindigen, of liever gezegd, om alles nu eens vast te leggen ga ik mijn blog gebruiken. Ik ga met hulp van mijn vier vrienden alle data en plaatsen vastleggen, liefst met wat foto’s erbij. Dat ga ik natuurlijk niet in één keer doen, maar stukje bij beetje. Enige chronologie is wenselijk, dus hoe ik het precies ga doen is me nog niet helemaal duidelijk, maar daar kom ik wel uit.

Deze blogentry is daarom een belofte aan mezelf om dat werk ter hand te nemen en af te ronden voor we weer op pad gaan.

Om een bekend veldheer te parafraseren: Alea iacta est.

(de foto is uit 1988. V.l.n.r. Peter, Luud, Joost, Pieter en Berry)


By on 20:13
Göran Tunström – De Dief

Tunstromdedief
Wat een merkwaardig boek! Bijzonder geschreven. De hoofdpersoon maakt een hele bijzondere ontwikkeling door. Hij groeit op en een milieu dat met de betiteling "asociaal" volgens mij nog mild wordt beoordeeld. Een enorm zootje van werkschuw volk dat drinkt en neukt en verder met stelen het hoofd boven water houdt. Deze jongen komt daarin verzeild als zoon van ouders die niet voor hem kunnen/willen zorgen. Zijn oom en tante nemen hem op in hun al uitgebreide gezin. Hij blijft een buitenbeentje en dat wordt keer op keer bevestigd. Hij heeft een mysterieuze drang tot leren, in de betekenis van kennis verwerven.

Uiteindelijk komt hij terecht op de universiteit van Uppsala en gaat daar de Gotische taal bestuderen. Het is interessant om daar over te lezen. Dat is misschien nog wel het meest vervreemdende aan het boek: de tegenstelling tot het milieu dat de opvoedomgeving van deze jongen vormt en de kennis en kunde die hij in zichzelf, met behulp van bereidwillige anderen, mobiliseert.

Uiteindelijk kruipt het bloed waar het niet gaan kan… Verrassend einde. Ik was op het verkeerde been gezet. Leuk!

Sommige passages vond ik ronduit vervelend om te lezen, omdat het me domweg niet interesseerde of er naar mijn gevoel niet toe deed. Andere delen las ik bijna ademloos door… Een boek met twee gezichten. Eigenlijk, gezien wat ik hierboven beschreef, moet dat het doel zijn geweest van de schrijver. Twee werelden verenigen die onverenigbaar zijn.

Al met al luidt mijn advies: lezen!

maart 25, 2008
By on 22:43
Vriendschap – hoe begint dat? (2)

Fatimaschool1948_2Vier van mijn club ken ik al ontzettend lang. We zaten bij elkaar in de
eerste klas van de lagere school. De Fatimaschool in Tilburg-Zuid.
(foto) Inmiddels afgebroken! Niet dat we toen ons al bewust waren van
elkaars aanwezigheid. Misschien af en toe.

Het gemeenschappelijk verleden bindt natuurlijk wel. De verhalen over leerkrachten uit die tijd, met nogal wat fraters van Tilburg, en merkwaardige klasgenoten die zijn er genoeg.

We hadden een aparte jongensschool en meisjesschool, maar op een gegeven moment hielden we wel gelijktijdig speelkwartier.

In de bovenste klassen ontstond er al wat meer samenhang. Pieter en ik waren b.v. misdienaar en hebben een lang verleden op dat gebied. Joost en Pieter zaten samen op de Welpen. We gingen voetballen. Niet allemaal meteen bij dezelfde club.

Dat voetballen begon al op de lagereschool. In de zesde klas deden we mee aan het bekende Paasvoetbaltoernooi. Het speelterrein lag van ons uit gezien net over het kanaal, aan de Heikantse baan. Van dat illustere elftal bestaat nog een prachtige foto..

Wethouderslaanpaasvoetbal_3Staand v.l.n.r.:

Meneer Bastiaans, Marcel Snels, Robbie Audenaerde, Ad Bouman,
Pieter Doevendans, Chris Steffers, Joost Pijnappel, Rudi de Munck, Joep
Wijnants.

Hurkend v.l.n.r.:

Peter Touwslager, Maarten van Rossum, Berry Noy,
Frans Aalsma, Luud de Brouwer en Hans Willemen.

Uiteindelijk kwamen we elkaar tegen op het voetbalveld. Hoewel Berry en Pieter aanvankelijk bij NOAD voetbalden, kwamen we allemaal terecht bij TAC. De Tilburgse Amateurclub, door onze tegenstanders smalend het Tilburgse ApenCircus genoemd. Het trainen en spelen van de westrijden en de andere sociale activiteiten die daaruit voortkwamen brachten onze vriendschap weer een stapje verder. Na de basisschool gingen Joost en Berry (die inmiddels naat Tilburg-Noord was verhuisd) naar het Cobbenhagencollege en Pieter en Ik naar het Odulphuslyceum. We zaten één jaar bij elkaar. Pieter ging naar het VWO en ik naar de HAVO. We zagen elkaar daar eigenlijk maar zelden.

Weer later kwam het voetballen in de buurt, vooral op het parkeergarageterrein achter bij Pieter aan de Kruisvaarderstraat.

Hier ergens kwam Peter er bij. Peter had met Pieter en Joost vakantiewerk gedaan bij het ouden van dagen huis pension St. Josephzorg. Plees schrobben. Peter kwam ook bij TAC voetballen en kwam later ook terecht op het Odulphuslyceum. Ik heb nog wel eens gesoftbalt tegen Berry en Joost met een team van Odulphus. Berry was een prima pitcher die het ons té lastig maakte…

Als studenten gingen we allemaal onze eigen weg, hoewel Joost en Berry wel samen startten op de pas opgerichte Verkeersacademie. Berry haakte daar na een paar jaar af en begon een opleiding als B-Verpleegkundige. Pieter ging medicijnen studeren en ik deed eerst nog VWO en daarna de Nieuwe Lerarenopleiding in Tilburg, het zgn. Mollerinstituut. Peter ging naar het conservatorium.

We zagen elkaar in de weekenden op het voetbalveld en in de kroeg. In 1976, het jaar van ons enige kampioenschap in de jeugd van T.A.C. , gingen Joost, Peter en Pieter met nog iemand op vakantie in Zeeland. In 1977 gingen we voor het eerst met de club van vijf op pad. Naar Zeeland. Op de fiets. The rest is history.

maart 14, 2008
By on 00:45
Carlos Ruiz Zafón – De schaduw van de wind

SchaduwzafonWat een boek…

Een boek over een boek. Prachtig en meeslepend geschreven door Zafón. Boeken en schrijven lopen als een rode draad door het verhaal. Vooral het mystieke van boeken, van lezen, gecombineerd met ondoorgrondelijke lijnen die door het leven lopen. Parallele universa die elkaar doorkruisen. Hoe moet ik het omschrijven?

Het drama van de Spaanse burgeroorlog en de nasleep er van zit er zorgvuldig doorheen geweven, zonder dat het overheerst. Een constante zeur op de achtergrond. Onlosmakelijk verbonden met de periode die er op volgde. De periode die voor de rest van Europa zoveel rampen bracht.

Liefde, jeugdige naïviteit, drama, puberale opstandigheid en de nodige kleurrijke figuren maken dit verhaal een genot om te lezen. Het speelt zich af in Barcelona, een stad die jaaaaren geleden mijn hart stal. Die ingrediënten samen met een onberispelijke en boeiende schrijfstijl maken het boek áf.

Het boek heeft een echte apotheose, bloedstollend en bevrijdend. Het geeft hoop. En wie heeft daar ooit genoeg van?

Lijkt me heerlijk om te lezen in een prettige zonnige omgeving. Ik zou die boek iedereen willen aanraden.

maart 13, 2008
By on 23:11
Dorrit Willumsen – De Gentse bruid

Gentsebruid Een wandeling in Leeuwarden bracht ons bij de Slegte. Altijd even binnen kijken, je weet maar nooit!

Zo kwam ik dit boek tegen. De historische omslag trok mijn aandacht en de tekst op de achterzijde trok me over de streep. Las ik in 2007 al een boek over Dyveke Willums, dit boek ging over haar concurrente: de koningin van Denemarken, echtgenote van Christiaan II, Isabella van Habsburg, dochter van Filips de Schone. Dat was wel erg toevallig.

Aan het eind van dit boek moest ik helaas opnieuw de conclusie trekken dat het boek tegenviel. Het leven van deze erfdochter van Bourgondië, toch niet de minste familie in middeleeuws Europa, is ronduit saai. Ze is ziekelijk, onzeker en lelijk. Althans, dat wordt gezegd. Uitgehuwelijkt op haar 13de. trouwen met de handschoen en uiteindelijk een hele tijd later de reis naar Denemarken via een schip (vertrokken uit Veere) dat haar bijna het leven kost omdat ze niet opgewassen is tegen de zeereis.

De politieke verwikkelingen maken het er niet beter op en natuurlijk lijdt ze onder de maitresse van haar man. Als die sterft (waarschijnlijk als gevolg van vergiftiging) wordt de verhouding iets beter, maar eigenlijk leidt deze vrouw, meisje eigenlijk nog, een kwijnend bestaan. Ze baart de kinderen, maar doet er nauwelijks toe in het leven van de koning. Haar eigen familie is geen fan van haar echtgenoot. Christiaan II slaagt er in zijn eigen bevolking van zich te vervreemden (o.a. door de grote invloed van de moeder van Dyveke, Sigbrit, op de staatszaken) waardoor hij de laatste jaren van zijn leven een zwervend bestaan leidt met zijn gezin. Zijn kinderen brengen veel tijd door aan het hof van Margaretha van Bourgondië, landvoogdes over de Nederlanden.

Hij neigt steeds meer naar het Lutherse geloof, waardoor hij ook daar niet meer welkom is. Hij maakt overal schulden, wordt opgejaagd, samen met zijn vrouw en kinderen en belandt uiteindelijk in het kasteel van Lier waar ze een armzalig huishouden voeren. Zo armzalig, dat zijn schoonzuster Margaretha hem vraagt niet meer te gaan rijden in de stad en omgeving omdat ze een erbarmelijke indruk achterlaten met hun haveloze uitrusting.

Het is een treurig verhaal. En niet bijster interessant. Stylistisch ook geen hoogvlieger, althans in mijn ogen. Tja, soms zit er zo eentje tussen!

februari 27, 2008
By on 22:11
Waarom jobhoppen niet alleen maar ideaal is

Jobhoppen  Op zaterdag 16 februari stond in de NRC een prima artikel over de overschatte waarde van het jobhoppen. De braindrain die het jobhoppen telkens teweegbrengt in organisaties is een onschatbaar verlies.

Het artikel is niet tegen jobhoppen, integendeel, er is zeker een bevolkingsgroep die daar juist wel bij vaart en door dat te doen het best tot zijn of haar recht komt. Bovendien kan het leiden tot kennisverrijking, toenemende ervaring waar een volgende organisatie of bedrijf weer van kan profiteren.

Het is in de afgelopen jaren echter een soort van "must" geworden om niet te lang bij een werkgever in dienst te blijven. Dat beschouwt de samenleving als een gebrek aan kunde of ambitie. Na vijf jaar moet je weg zijn… Alsof het een slechte eigenschap is om trouw te zijn en te blijven aan je werkplek. Niet ten koste van alles natuurlijk, maar dat lijkt me logisch!

Daar is vanzelfsprekend een heleboel tegenin te brengen. Verbondenheid voelen met een werkgever of een organisatie kan een weldaad betekenen. Voor sommige mensen is dat een noodzaak om tot grootse prestaties te komen.

Er is onderzoek geweest dat heeft aangetoond dat het wegkopen van werknemers bij concurrenten in de meeste gevallen niet het gewenste effect heeft. De werknemer die het betreft werkt namelijk zelden of nooit in zijn eentje, maar heeft een organisatie om zich heen die hem in staat stelt te doen waar hij goed in is. Als je een dergelijke medewerker amputeert uit de organisatie is de kans dat een nieuwe persoon op die plek het beter gaat doen groter, vanwege de gelijkblijvende omstandigheden, dan dat de weggekaapte medewerker het in een nieuwe werkomgeving net zo goed gaat doen als hij gedaan heeft.

Kortom, schaam je niet als je al jarenlang bij dezelfde baas werkt en je goed voelt. Er is niets mis met je, je zit gewoon lekker in je vel, goed op je plaats en er is geen enkele reden om je ongerust te maken over de toekomst, of over je persoonlijkheid! Blijf zitten waar je zit en presteer!

februari 18, 2008
By on 17:36
Steven Johnson – Alle slechte dingen zijn goed voor je

Stevenjohnson Een sinterklaaskado! Een boek waar ik al veel over gehoord en gelezen had. Nu maar eens zelf aangeschaft en gelezen. Dat eerste is altijd makkelijker dan het tweede :-) .

De ondertitel van dit boek: waarom de populaire cultuur ons slimmer maakt. Dat vond ik wel intrigerend. Je hoort veel dat mensen te hoop lopen tegen de vergaming van het leven en de verloedering van de tv. Steven Johnson kijkt daar heel anders tegenaan.

Hij beweert doodleuk dat gamen en tv-kijken de jeugd beter maakt, slimmer, goed toegerust voor de toekomst.

De toegevoegde waarde van games beschrijft hij in het leren om de juiste beslissingen te nemen: "kansen afwegen, situaties analyseren, doelstellingen voor de lange termijn overwegen en vervolgens beslissen." De gamer beschikt over vaardigheden om een spel te spelen (snelle reactie, weten welk wapen/voorwerp waarvoor dient etc.) maar moet daarna gaan doorgronden wat nu eigenlijk het spel is. Hoe werkt het spel? Waar liggen beperkingen, grenzen, wat is belangrijk, strategieën kiezen, samenwerking zoeken, (onder)handelen etc. een heel scala aan vaardigheden die niets met schieten te maken hebben is bittere noodzaak om een spel te kunnen spelen.

Zijn betoog houdt wel stand.

De toenemende mate van informatiedichtheid heeft ook betrekking op de televisie. Aangezien ik al heel wat jaren meeloop kan ik zijn redenering ook volgen en beamen. De plot van Columbo was ontzettend voorspelbaar. De dader was vaak al bekend, de weg naar zijn onontkoombare bekentenis verliep in een gezapig tempo, inclusief rammelbak en lazy dog. Johnson noemt als voorbeeld van zo’n oude detective Kojak, de kale lollyetende misdaadoplosser. Één zaak per aflevering, opgelost en wel.

Kom daar nu eens om. Zelf kijk ik graag naar CSI in alle varianten die er zijn. Daar lopen altijd meerdere zaken door elkaar. Bovendien worden de personages ook nog beschreven in de loop van de serie, je krijgt een beeld van hen, wie ze zijn, hoe ze leven, vooral hun eigenaardigheden. Dat schijnt te zijn begonnen met Hill Street blues, een serie die ik ook fascinerend vond. Inmiddels zijn er nog veel ingewikkelder verhaallijnen te zien in b.v. de Sopranos (een serie die ik niet heb gezien) en 24, dat ik dan weer wel volg.

Terugdenkend heeft de man volkomen gelijk en als je zo’n oude serie nog eens terugziet, zoals Columbo enkele jaren geleden, dan valt je inderdaad op hoe gezapig dat verloopt. Daar wordt geen enkel beroep gedaan op je hersens.
De verschillende verhaallijnen van nu dwingen ons als kijker om op te letten en na te denken. Soms beslaat een zaak meerdere afleveringen en regelematig wordt er teruggegrepen op gebeurtenissen uit een oude aflevering. Dat gebeurt ook bij comedies (Johnson noemt o.a. Seinfeld).

Realityshows interesseren heel veel mensen vanwege de sociale component. Persoonlijk ben ik er niet van gecharmeerd, maar hele volksstammen evalueren het gedrag van de mensen die in dergelijke series spelen, zowel voor de beeldbuis als op fora op internet. Ze scherpen hun geest en hun gedrag op basis van de informatie die ze via dat soort shows binnenkrijgen. Het gaat dan niet alleen om de Gouden Kooi, maar ook b.v. Expeditie Robinson.

Dit boek is een aanrader voor mensen die wel eens twijfelen of hun kind niet beter buiten kan spelen dan steeds weer achter die computer te kruipen. En let wel, boeken lezen, buiten spelen, sporten, uitgaan: Johnson zegt dat het allemaal belangrijk is. Maar gamen is een manier om te leren, tv-kijken is een manier om te leren.

Wat me het meest bijblijft is zijn redenering dat kinderen volgens hun ouders en vele criticasters lui zijn en geen moeite willen doen. Maar waarom liggen ze dan niet de hele dag in bed?

Zelf wel eens een game gespeeld? En doorgezet tot het eind? Ik wel en ik moet eerlijk zeggen dat de meeste games mij veel te veel moeite kosten.. Ik haak af, mijn zoon niet… Die speelt ze allemaal tot het bittere eind. En soms spelen we samen en profiteer ik van zijn behendigheid en kunde :-) .

Geen boek om even achter elkaar uit te lezen. Het is pittig, maar zeer de moeite waard.

februari 12, 2008
By on 23:24